Tunnelongeval

Wat staat op de risicokaart

Op de risicokaart staan trein-, tram-, metro- en autotunnels met een volledige overkapping van minstens 250 meter. 

 

Wat is het gevaar

Ongevallen in tunnels zijn gevaarlijker dan in de buitenlucht. Een explosie of brand kan grote schade aanrichten en gevaarlijke stoffen kunnen niet zo snel worden afgevoerd. Door rook is het zicht slecht, is er al gauw te weinig zuurstof en kan er paniek ontstaan. Vluchten uit een tunnel is moeilijk.  

 

Welke veiligheidmaatregelen zijn er

De overheid stelt veiligheidseisen bij de aanleg van nieuwe tunnels en bij aanpassing van bestaande tunnels, o.a. bij het verlenen van vergunningen. De onafhankelijke Commissie Tunnelveiligheid adviseert over veiligheids- en bouwplannen van tunnels. Op het geven van hulp bij ongevallen in tunnels wordt regelmatig geoefend door de hulpdiensten (politie, brandweer en ambulances). De overheid controleert de veiligheid van weg- en spoortunnels elke vier jaar.

Elke tunnel heeft verlichte brandvrije nooduitgangen, op vaste afstanden van elkaar. Deze deuren laten ook geen rook door. De meeste wegtunnels en alle spoortunnels hebben een ventilatiesysteem om rook en gevaarlijke stoffen af te voeren. Op vaste afstanden zijn er hulpposten, met een telefoon, een alarmknop en vaak een brandblusapparaat. In veel tunnels hangen camera’s die in verbinding staan met de regelkamer van de tunnelbeheerder. Die kan hulpdiensten inschakelen in geval van nood. Daarnaast hebben tunnels omroepinstallaties.

 

Wat kunt u zelf doen?

De gevolgen van een ongeval in een tunnel zijn groot. Houdt u aan de geldende veiligheidsregels.

Bij een klein ongeval of een verkeersopstopping:

  • Zet uw alarmknipperlichten aan.
  • Houd altijd veilige afstand van de auto die voor u rijdt.
  • Zet uw motor af als het verkeer stil is komen te staan.
  • Roep – indien nodig – hulp in via een hulppost in de tunnel.
  • Luister naar verkeersberichten op de radio.
  • Volg de aanwijzingen van het tunnelpersoneel of op de verkeersborden op.

Bij een groot ongeval of bij brand:

  • Zet uw alarmknipperlichten aan.
  • Houd afstand tot de auto voor u.
  • Zet uw auto uiterst rechts aan de kant en verleen hulpdiensten vrije doorgang.
  • Zet uw motor af, laat de sleutel in het contact zitten en verlaat onmiddellijk uw voertuig i.v.m. rookontwikkeling (giftigheid en beperkt zicht).
  • Blus – als het kan – de brand met een schuimblusser of brandslang uit een hulppost.
  • Roep hulp in via een hulppost in de tunnel.
  • Volg aanwijzingen op van het tunnelpersoneel, de verkeersborden of de tunnelbeheerder die u via de omroepinstallatie hoort.
  • Ga  zo snel mogelijk via een dwarsverbinding naar de andere tunnelbuis, help anderen hierbij.

 

Meer informatie

 

Ontvang de factsheet Tunnelongeval

Als u hieronder uw gegevens invult, ontvangt u een bericht wanneer de factsheet geupdate is.

Velden met een * zijn verplicht. Wanneer u zich inschrijft voor de update stemt u ermee in dat het IPO u maximaal elk kwartaal een update mail stuurt wanneer er wijzigingen zijn aangebracht in de factsheet.