Transport gevaarlijke stoffen
Er worden veel soorten gevaarlijke stoffen vervoerd. Vervoer vindt plaats over de weg, over het spoor en over water. Omdat het aantal stoffen te groot is om afzonderlijk een risico voor te bepalen, zijn deze stoffen samengevoegd in zogenaamde ‘stofgroepen’. Bij elke stofgroep hoort een ander soort risico voor de omgeving. Benzine en olie horen bijvoorbeeld bij de stofgroep ‘brandbare vloeistoffen’.
Risico’s
Transport van gevaarlijke stoffen geven deze risico’s voor de omgeving:
- een grote brand door een brandbare vloeistof, bijvoorbeeld benzine;
- een grote brandende gaswolk, bijvoorbeeld LPG;
- een giftige gaswolk, bijvoorbeeld chloor;
- een verdampende giftige vloeistof, bijvoorbeeld ammoniak;
- een explosie van bijvoorbeeld springstoffen.
De risicokaart volgt ook deze indeling. Transport van explosieve stoffen komt te weinig voor om op de kaart aan te geven. Kleine en lokale vervoerstromen zijn niet op de kaart weergegeven.
Afstand houden
Voor de afstand tussen woonbebouwing en transportroute hanteert de overheid een ‘risicocontour’. Binnen deze risicocontour mag in principe niet gebouwd worden. Deze contour geeft de mogelijke overlijdenskans aan als gevolg van een ongeval bij een bedrijf of bij transport van gevaarlijke stoffen. Hoe meer transportvoertuigen over een bepaalde route , hoe groter de kans op een ongeluk. Boven de norm die de overheid hiervoor hanteert, moet de woonbebouwing op veilige afstand van de route liggen. Deze plekken langs de route zijn aangegeven met de omschrijving: ‘risicoafstand vereist’.