Ongeval op water

Wat staat op de risicokaart

De Nederlandse wateren worden heel intensief gebruikt. Op de risicokaart staan:

  • Havens als begin van vaarroutes voor grote passagiersschepen, als locatie van gevaarlijke stoffen en als aanlandingslocatie – zie hieronder.
  • Vaarroutes: als er minstens vijftig keer per jaar grote passagiersschepen varen.
  • Wadlooproutes: als er minstens vijftig keer per jaar groepen van 25 personen of meer komen.
  • Watersportgebieden van minstens 500 ha., met minstens 2.000 aangrenzende ligplaatsen.
  • Aanlandingslocaties: plaatsen waar slachtoffers aan land kunnen worden gebracht na een ongeval op zee of ander open water. 

 

Wat is het gevaar

Schepen kunnen te maken krijgen met brand, ontploffing en aanvaringen; ze kunnen stranden, zinken of kapseizen. Dit kan op zee gebeuren of op binnenwateren. Oorzaken kunnen bijvoorbeeld weersomstandigheden zijn (mist, storm) en ondeskundigheid van de bemanning. Wadlopen heeft zijn eigen risico’s:

  • Plotselinge weersveranderingen.
  • Sterk veranderende ondergrond.
  • Zware fysieke inspanning.
  • In geval van nood moet er soms lang op hulp worden gewacht; ondertussen kan het water opkomen, en worden de andere deelnemers koud.
  • Onderkoeling door wind en water.

 

Welke veiligheidmaatregelen zijn er

De overheid stelt veiligheidseisen aan de beroeps- en de pleziervaart. Er zijn regels voor de schepen zelf en voor de bemanning (aantal, opleiding).

In grote havens en op drukke knooppunten krijgen schepen verkeersbegeleiding (loodsen). De veiligheid op het water wordt regelmatig besproken tussen de inspectie, verladers, terminaloperators, verkeersbegeleiders en opleidingen. De overheid controleert of de wetten en regels worden nageleefd door Nederlandse en buitenlandse schepen, bemanningen en rederijen.

Wadloopwandelingen worden geleid door ervaren gidsen; zij stellen eisen aan deelname en mogen deelnemers weigeren. In geval van nood kan de gids contact opnemen met de Kustwacht om een arts te consulteren of iemand op te laten halen. De gidsen hebben een marifoon (maritieme telefoon) en een brancard bij zich.

 

Wat kunt u zelf doen?

Als u een groot schip betreedt, kijk naar het dekkenplan en de plattegrond van het vaartuig. Zo krijgt u een beeld van waar u bent en waar u in geval van nood naartoe moet.
 
In geval van nood op passagiersschip, veerpont en offshore-platform:

  • Blijf kalm.
  • Volg de instructies van het personeel aan boord.

Als u overboord slaat:

  • Zorg dat u altijd een goed reddingsvest aan heeft, met kruisbanden en verlichting.
  • Zwaai heftig met uw armen als een boot in de buurt komt om aan te geven dat u hulp nodig heeft.

Wadlopen:

  • Volg de instructies van de gids.
  • Blijf altijd bij de groep.

Als u vanaf het water een schip in nood ziet:

  • Leg contact en bied uw hulp aan.
  • Sla alarm als dat nog niet gebeurd is (marifoon, noodvuurwerk, evt. telefoon).
  • Ga erheen en bied assistentie aan.

 

Meer informatie

Op www.denkvooruit.nl staat algemene informatie over wat u moet doen bij een ramp

 

Ontvang de factsheet Ongeval op water

Als u hieronder uw gegevens invult, ontvangt u een bericht wanneer de factsheet geupdate is.

Velden met een * zijn verplicht. Wanneer u zich inschrijft voor de update stemt u ermee in dat het IPO u maximaal elk kwartaal een update mail stuurt wanneer er wijzigingen zijn aangebracht in de factsheet.