Selecteer hierboven een van de risico’s om een korte samenvatting te lezen
De overheid is verplicht om informatie over mogelijke risico’s te geven. Er is daarom beschreven wat deze risico’s precies zijn, welke gevaren u zou kunnen lopen en welke bescherming mogelijk is bij een calamiteit.
De kans dat een grote ramp ook daadwerkelijk plaatsvindt is door voorzorgsmaatregelen buitengewoon klein. Waar een bepaald gevaar ophoudt, is niet vooraf aan te geven. Bijvoorbeeld bij vrijkomen van een giftig gas, is de gevaarsafstand afhankelijk van weersomstandigheden. Wind blaast de giftige stoffen immers een bepaalde kant op. Daarom zijn de deskundigen voorzichtig in hun schatting van de gevaarsafstand.
Bij ongevallen met gevaarlijke stoffen gaat het om een groot ongeluk op een bedrijfsterrein. Er zijn veel bedrijven met gevaarlijke stoffen die zo'n risico vormen. Het risico kan voor een groot of een klein gebied in de omgeving bestaan. Bedrijven met een risico voor een heel klein gebied staan niet op de risicokaart.
Er worden veel soorten gevaarlijke stoffen vervoerd. Vervoer vindt plaats over de weg, over het spoor en over water. Omdat het aantal stoffen te groot is om afzonderlijk een risico voor te bepalen, zijn deze stoffen samengevoegd in zogenaamde ‘stofgroepen’. Bij elke stofgroep hoort een ander soort risico voor de omgeving. Benzine en olie horen bijvoorbeeld bij de stofgroep ‘brandbare vloeistoffen’.
Het gevaar is dat een vliegtuig of helicopter neerstort. Dat kan in een gebied met bebouwing gebeuren of in een ‘buitengebied’. Maar het meest waarschijnlijk gebeurt dit op of vlakbij een start- of landingsbaan, binnen een gebied van ongeveer 300 meter breed en een kilometer ervoor en erna. Een vliegtuigongeluk leidt vaak tot veel dodelijke slachtoffers.
Schepen kunnen te maken krijgen met brand, ontploffing en aanvaringen; ze kunnen stranden, zinken of kapseizen. Dit kan op zee gebeuren of op binnenwateren. Oorzaken kunnen bijvoorbeeld weersomstandigheden zijn (mist, storm) en ondeskundigheid van de bemanning. Wadlopen heeft zijn eigen risico’s.
Het gevaar bij treinvervoer is een botsing of een ontsporing. Bij passagierstreinen is de kans op slachtoffers groot, er kan paniek ontstaan en er is materiële schade. Bij wegen kunnen zich kettingbotsingen voordoen. Er is kans op chaos, paniek en brand; er kunnen ook gevaarlijke stoffen vrijkomen.
Ongevallen in tunnels zijn gevaarlijker dan in de buitenlucht. Een explosie of brand kan grote schade aanrichten en gevaarlijke stoffen kunnen niet zo snel worden afgevoerd. Door rook is het zicht slecht, is er al gauw te weinig zuurstof en kan er paniek ontstaan. Vluchten uit een tunnel is moeilijk.
Water kan overal vandaan komen: uit zee of de grote rivieren en uit binnenwateren zoals vaarten en plassen. Een dijk kan verzakken, een duin kan wegslaan, of het water komt over de dijken heen. Een bijkomend gevaar is de kans dat de stroom uitvalt; dan is er geen telefoon, geen internet en geen televisie enz. Ook de volksgezondheid kan in gevaar komen, dat kan voor de overheid aanleiding zijn om evacuatie te adviseren.
Een natuurbrand kan zich in een droge periode snel en onvoorspelbaar ontwikkelen. De bestrijding is lastig, omdat bluswater vaak van elders moet worden aangevoerd en de wind de brand aanwakkert.
Het gebied waar mogelijk risico op een aardbeving aanwezig is wordt in de risicokaart aangegeven als een lijn (breuklijn) of vlak (caverne of Mercalli-zone).
Paniek in een menigte leidt tot verschillende risico’s. Mensen kunnen in de verdrukking komen, onder de voet worden gelopen en stikken. De aanleiding is vaak iets onverwachts: een brandje, een vechtpartij, een plotselinge weersverandering.
Kwetsbare objecten (groene symbolen) zijn gebouwen waarin zich veel mensen kunnen bevinden waar niet-zelfredzame mensen aanwezig zijn.
Meer informatie